Anton Heyboer®

Anton Heyboer

 

Leven als kunst
kunst als leven

Anton Heyboer

 

Het cynisme van Anton Heyboer

"Mededelingen", kunsthandel Tegenbosch, 1979

 

 Anton Heyboer is de volgehouden gekte. Daar is al veel over gezegd en zonder veel variatie. We weten het nu langzamerhand wel: dat er toch systeem steekt in de chaos; dat hij bovendien een wijd en zijd terecht befaamd kunstenaar is; dat hij eerst met zijn huwelijken en scheidingen fout zat, maar de laatste jaren juist voortreffelijk met zijn drie (en dan weer eens vier) bruiden.

 De museumconservator heeft breedvoerig over hem geschreven, het dames-blad heeft hem met meer dan de gebruikelijke dames-intelligentie benaderd en de Prive-reporter van de Telegraaf heeft er zijn alom geliefde pen aan gewijd.

 Het gevolg van die over alle rangen heen zich uitbreidende belangstelling is, dat de belangstelling van de meesten wel over is. Enkele hele wijzen stellen nu vast, dat ze alti jd al geweten hebben, dat die Heyboer een charlatan was.

 

 Het moment om een tentoonstelling aan hem te wijden, is dus bijzonder slecht gekozen. Er is een baisse in Heyboer. Een reden om ze toch te organiseren is erin gelegen, dat zo'n tentoonstelling ertoe wil bijdragen de misverstanden op te doeken. (De tentoonstelling in Heusden is geopend 25 augustus en is nog te zien tot 26 September).

 Een centraal punt in de opstelling is geschonken aan een tekening, rode olieverf op papier, voorstellende een hond die cohabiteert met iemand van onze soort. Een scabreuze tekening voor de schutting? Of een oud, zeker wel prehistorisch teken, toen dat hele verschil tussen mensen en honden nog niet zo nauw kwam? Een te­kening van een nauwelijks aanvaardbare beeldende onkunde. Geen huiskamer dus of portefeuille die ernaar zullen hunkeren.

 

 Desondanks een tekening die gaandeweg zijn directheid verliest en een complexiteit begint te tonen, waardoor het mogelijk wordt dat het snelle eerste oordeel zelf begint te vragen om een ander. Die tegenstelling van hond en mens als een tegenstelling van natuur en cultuur wordt weersproken door de beeldvorming. De hond is geen hond, maar een godheid en de menselijke figuur, alleen getekend in contour, die zo geduldig ondersteboven en open gekeerd staat, is natuurlijk niet een vrouw, de een of andere, maar niet minder dan de mensheid zelf.

 God de Hond staat massief en rontelom ingesmeerd met heilig vet in de verte te staren. Geen hitsigheid of drift beroert de zaaddragende. Van ver voor de menselijke geschiedenis staat hij bereid om de leegte vol te spuiten. En die in zijn omtrekken betekende mens, als die bidt, biedt die de school voor de vrucht van de Hond. En wat de Hond ziet in de verte, is het beeld van de mens van deze wereld, uitgevaagd onder het wit en rood van de nu voorgoed begonnen dood. — Of complexiteiten van soortgelijke strekking.

 

 Toen Anton Heyboer in het laatste oorlogsjaar, ergens in een Duits kamp, in kranten verpakt en opzij geschoven, lag dood te gaan, voelde hij zich geboren worden. Zo'n toestand: van pas te leven in het uur van de dood, was de enige die de tot dan niet zeer goed in het leven geverseerde Heyboer een wenselijke menselijke toestand leek. Hij begreep, dat hij nee had te zeggen tegen de wereld en alle wereldse normen, om gezond te kunnen leven. Hij begreep ook dat met dit inzicht zijn gekte aanbrak. En hij begreep dat hij daarin had te volharden, voortaan altijd. Hoe dat begrip vorm gegeven moet worden, later terug in Amsterdam, was ook Heyboer niet op slag duidelijk. Hij kwam te verkeren in de wereld van artiesten en drinkebroers rond het Leidseplein. En hij trok zich bij tijden van alle pleinen terug. Bij zo'n gelegenheid moet het zien van een stervend vogeltje of poesje hem volledig hebben verlamd.

 Hij meldt zich dan in Santpoort en de diagnose luidt: schizofrenie in de bijzondere gedaante van een Christuscomplex. Daarna neemt hij zijn intrek bij de Haarlemse zonderling, de schilder H. F. Boot, en hij schrijft daar op grote vellen pakpapier zijn schizotheopsychologie. Onbegrijpelijke wartaal, maar waarvan het slaken hem verheldert: hij ontdekt zijn systeem, de persoonlijke ernst lijkt objectiveerbaar in de gecombineerde act van schrijven en tekenen, en het bewijs van objectivering wordt gevonden in het feit dat mensen bladen met schrijf- en beeldtekens van hem kopen. De ontredderde die tevens een verlichte was, geraakt in het circuit van de beeldende kunst en zal verder als kunstenaar door het leven gaan. Hij wordt in de kunstwereld beroemd. Zijn ontreddering en verlichting raakt daardoor voor tenminste een tiental jaren op de achtergrond.

 

 Later eerst weer, als hij met Maria naar een modderige hectare land boven Am­sterdam is verhuisd, en als hij bij Maria zijn andere "bruiden" begint te vestigen en als daarom Van der Meyden van de Telegraaf een story in hem ziet, dan wordt, maar nu voor een ander publiek als dat van het beeldende-kunstcircuit, Heyboer bekend. En wel als dat wat hij is buiten de beeldende kunst: een ontred­derde en verlichte. - Uit balorigheid laten de beeldende-kunstliefhebbers hem dan in de steek. Men kan niet tegelijk en met het Stedelijk en met de Telegraaf aanpappen. Als derhalve wij van het Stede­lijk aan Heyboer voorhouden dat er toch zo'n voortreffelijk boek over hem bestaat als dat van J. L. Locher, wat kan hij beter wensen? dan wijst Heyboer erop, dat het boek weliswaar voortreffelijk is, dat het evengoed in zijn werking niet verder reikt dan het beeldende-kunstcircuit en daarom toch slechts zijn

kunstenaarschap betreft, terwijl Henk van der Meyden de Heyboer toont met de vijf heilige wonden, in zijn beide handen, zijn beide voeten en zijn met de lans doorstoken borst. En als die andere Christus onder vissers en soortgelijk volk zijn apostelen en evangelisten heeft gevonden, waarom zou Heyboer dan meer capsones maken? Zonder zover te gaan als de bewering dat Henk van der Meyden de vijfde evangelist is, moet toch vastgesteld, dat er inderdaad indrukwekkend veel systeem werkzaam is in Heyboers chaos. Niet alleen is de Van der Meyden-episode geen reden om het geloof in Heyboer op te zeggen, het is een reden te meer om door de man en de kunstenaar gefascineerd te raken. Als hij de Hond boven de mens stelt, en voor het verbaasde kunstpubliek Van der Meyden boven Locher, dan is Heyboer daardoor de misschien wel enige positieve cynicus van onze cultuur.

 

 Cynicus komt van het Griekse kune dat hond betekent. Het oorspronkelijke wijsgerige cynisme is de hondsheid van Diogenes, die in een ton wilde wonen als in een huis, die midden overdag met een lamp door Athene liep om naar mensen te zoeken en die van Keizer Alexander als enige gunst bedong dat Zijn Majesteit een beetje uit zijn zon ging staan.

 Wijsgerige verachting voor de mens en zijn cultuur, en derhalve als hondsheid gekwalificeerd. Een hondsheid niet ongelijk aan de gekte van Heyboer, die de wereld verneukt om ze gelukkig te maken, zo met zijn verlichting als met zijn kunst.

Lambert Tegenbosch